Wie in september naar Polignano a Mare gaat, doet dat om een goede reden. De hitte van augustus is eraf, de Italiaanse schoolvakantie is voorbij en het water in de Lama Monachile is nog warm genoeg om in te springen. Het stadje ademt weer. En precies op dat moment ontdekken veel bezoekers iets wat niet in de reisgids staat. Polignano is een stad die je te voet doet, en de straten zijn niet gebouwd voor wat de meeste mensen inpakken.
Kalksteen, trappen en glad gesleten keien
Het centro storico van Polignano ligt op een kalkstenen klif, en dat merk je aan alles. De steegjes zijn smal en lopen op en af, de trappen naar de uitkijkpunten zijn ongelijk en de keien op de Piazza dell’Orologio zijn door eeuwen voetstappen zo glad gesleten dat ze bij een beetje ochtendvocht spekglad worden. Wie naar beneden wil, naar het kiezelstrandje onder de brug, loopt een steile afdaling die je op slippers al snel voelt in je kuiten.

Dat is geen klacht. Het is juist de charme van het stadje, dat tot de jaren negentig nauwelijks toeristen zag en pas met de komst van de budgetvluchten op Bari, op een klein uur rijden, op de kaart kwam. Het betekent alleen dat je hier gemiddeld een stuk meer loopt dan je denkt. Een dag Polignano is zomaar vijftien kilometer, verdeeld over klifpaden, trappen en het traject naar de treinhalte als je ook Monopoli of Bari wilt zien.
Het septemberprobleem
In juli en augustus is de keuze eenvoudig. Het is te warm voor iets anders dan sandalen, dus je accepteert zere voeten als onderdeel van de vakantie. September is lastiger. De dagen zijn nog zomers, de avonden koelen af en de kans op een regenbui, de eerste sinds mei, is opeens reëel. Dan blijkt dat een open sandaal en een natte kalkstenen trap geen gelukkige combinatie zijn.
De ervaren Pugliaganger pakt daarom iets in wat in Nederland pas in oktober uit de kast komt. Een lichte enkellaars. Niet de gevoerde winterversie, maar een soepel model met een gedempt voetbed en een zool met wat profiel. Overdag draag je hem met een linnen broek of een rok, en tegen de avond, als het terras aan de Piazza Garibaldi volloopt en de wind van zee komt, ben je blij dat je tenen bedekt zijn. Wie op zoek is naar enkellaarsjes waar je een hele stad op doorloopt vindt bij het Nederlandse Durlinger, dat al sinds de negentiende eeuw schoenen verkoopt en tegenwoordig meer dan veertig winkels telt, een ruime keuze in modellen die er verzorgd uitzien maar gebouwd zijn op lange dagen. Let bij het kiezen vooral op de zool. Een dunne leren zool ziet er prachtig uit op een Italiaanse piazza en is daar tegelijk de slechtst denkbare keuze.
Wat de locals dragen
Kijk eens naar de vrouwen die in Polignano wonen en werken. De serveerster die met een blad vol Aperol de trappen naar een terras boven de Lama Monachile afdaalt, de eigenaresse van de keramiekwinkel in de Via Roma, de nonna die elke ochtend haar brood haalt bij de bakker naast de Arco Marchesale. Vrijwel niemand van hen draagt slippers. Je ziet gesloten schoenen, vaak een sneaker in gebroken wit of een lage laars in cognac leer, met een zool die grip heeft. De inwoners van een klifstad weten wat de keien doen bij regen.
Het is een simpele regel die op elke stedentrip opgaat. Kleed je voeten naar de straten, niet naar de temperatuur.
Inlopen doe je thuis, niet in Puglia
Er is nog een valkuil, en die zit in de weken voor vertrek. Veel mensen kopen speciaal voor een reis nieuwe schoenen en dragen die voor het eerst op de dag van aankomst. Op de vlakke stoep van een Nederlandse woonwijk merk je niets, op een klifpad met driehonderd treden merk je alles. Blaren op dag één bepalen de rest van de week.
Neem daarom de tijd om je nieuwe schoenen in te lopen voor vertrek, liefst met de sokken of zonder sokken zoals je ze in Italië gaat dragen, en op een route met wat hoogteverschil. Een week van korte wandelingen is genoeg om te weten waar de schoen knelt en of het voetbed doet wat de winkel beloofde. Neem daarnaast altijd een tweede paar mee. Niet omdat het eerste paar zal falen, maar omdat voeten die dag na dag over kalksteen lopen af en toe iets anders willen voelen.
De beloning
Wie goede schoenen aan heeft, krijgt in Polignano iets terug wat de mensen op slippers missen. De wandeling langs de klifrand naar het noorden, voorbij het standbeeld van Domenico Modugno, waar de stad ophoudt en de kust begint. De trap naar beneden bij Cala Paura, waar in september alleen nog vissers zitten. En het moment aan het einde van de dag, wanneer je de laatste trap naar het hotel oploopt en merkt dat je voeten het nog prima doen.
Dat is het verschil tussen een vakantie waarin je Polignano hebt gezien en een vakantie waarin je het hebt gelopen.