Wie op een late namiddag door het historische centrum van Polignano a Mare loopt, hoort het al voordat hij het ziet: het droge tikken van kaarten op een marmeren cafétafeltje, gevolgd door een luide uitroep en gelach. Aan dat tafeltje zitten vier mannen die al jaren, soms decennia, met elkaar Briscola of Tressette spelen. Voor hen is het kaartspel geen tijdverdrijf, maar een dagelijks ritueel.
Toch verandert er iets in deze vertrouwde scène. De Italiaanse spelcultuur verschuift langzaam van het dorpsplein naar het scherm, van het gedeelde tafeltje naar de individuele smartphone en van het lokale café naar het online casino. Die ontwikkeling is ook zichtbaar in de opkomst van concepten als online casino zonder account, waarbij snelheid, gemak en directe toegang centraal staan.
Dit is het verhaal van die overgang, met de Apulische piazza als startpunt.
De klassiekers: Scopa, Briscola en Tressette
De basis van het Italiaanse kaartspel ligt bij een drietal klassiekers dat iedereen in het zuiden kent. Scopa is een vangspel waarbij je met een kaart uit je hand kaarten van tafel probeert te “vegen”, en waarbij vooral de settebello, de zeven van munten, felbegeerd is. Briscola draait om een troefkleur en wordt met twee of vier spelers gespeeld, vaak in vaste koppels. Tressette is het meest verfijnde van de drie, een puntenspel in partnerschap met een uitgebreide etiquette van seintjes en aankondigingen die het bijna tot een geheime taal maken.
Wat deze spellen bindt, is het kaartspel zelf. In het zuiden van Italië, inclusief Puglia, wordt gespeeld met een deck van veertig kaarten en met de zogenoemde carte napoletane, met de kleuren bekers, munten, zwaarden en stokken in plaats van de internationale harten, ruiten, schoppen en klaveren. Dat regionale karakter is geen detail. Het geeft het spel een lokale identiteit die je nergens anders zo terugvindt.
Het spel als sociaal ritueel
Belangrijker dan de regels is de sociale functie. In de historische centra van Apulische stadjes is het kaartspel eeuwenlang de lijm van het dagelijks leven geweest. Op de piazza, in de bar en in het buurtcircolo komen vooral oudere mannen samen om te spelen, maar ook families schuiven tijdens feestdagen aan tafel, waar grootouders de spelregels doorgeven aan de kleinkinderen. Het spel is daarbij bijna een excuus. Wat werkelijk telt, is het samenzijn: het napraten over de dag, de plagerijen, de vaste plekken en de ongeschreven regels over wie tegen wie speelt.
Deze vorm van spelen is traag en fysiek. Je moet aanwezig zijn, je tegenstanders in de ogen kijken en de sfeer aan tafel aanvoelen. Precies daarin verschilt het van wat er nu opkomt, want die aanwezigheid is niet zomaar te digitaliseren.
Van de tafel naar het scherm: het individuele spel
Het grootste verschil tussen de oude en de nieuwe spelcultuur is de sociale dimensie. Aan de cafétafel is spelen per definitie een groepsactiviteit, gebonden aan een plek en een moment. Op de smartphone wordt het een individuele bezigheid die je alleen uitvoert, waar en wanneer je maar wilt. De tegenstander is niet langer je buurman maar een algoritme of een anonieme speler ergens anders in het land. De rituelen van de tafel, het schudden, het delen, de blikken en de grappen, verdwijnen daarbij naar de achtergrond.
Dat betekent niet automatisch dat het ene beter is dan het andere. Digitale versies van Scopa en Briscola houden de spellen levend bij een jonger publiek dat anders misschien nooit de regels zou leren. Maar de aard van het spelen verandert wel fundamenteel, van een gedeeld sociaal moment naar een persoonlijke, vaak solitaire ervaring.
De opkomst van digitale platformen
Achter die verschuiving zitten indrukwekkende cijfers. Italië reguleerde het online gokken al in 2006 en geldt daarmee als een van de pioniers in Europa, met de Agenzia delle Dogane e dei Monopoli (ADM) als toezichthouder. Sindsdien is de markt fors gegroeid. In 2024 bereikte de totale inzet in de hele Italiaanse kansspelsector ruim 157 miljard euro, waarvan het online kanaal goed was voor zo’n 92 miljard euro aan inzet. Het overgrote deel daarvan, zo’n 87 miljard, vloeide overigens weer terug naar spelers in de vorm van winsten, dus de daadwerkelijke uitgaven liggen veel lager dan die brutobedragen suggereren.
Het kantelpunt lag rond 2020. Tijdens de pandemie haalde het spelen op afstand het fysieke spel in, en die trend zette daarna door. Tussen 2019 en 2024 groeide het online segment met ongeveer 153 procent, terwijl het fysieke retailkanaal juist met zo’n 12 procent kromp en nog altijd onder het niveau van voor de pandemie ligt. Opvallend is bovendien waar die groei vandaan komt. Naast de online casinospellen, die de grootste motor vormen, blijken juist de niet-toernooikaartspellen een aanzienlijk deel van de stijging voor hun rekening te nemen. De digitale versies van precies dat soort kaartspellen dat vroeger op de piazza werd gespeeld, vormen dus een van de pijlers van de moderne markt.
Wat verandert er als spelen overal kan
De belangrijkste breuk met het verleden is de bereikbaarheid. Het cafétafeltje was gebonden aan een openingstijd, een plek en een gezelschap. De app in je broekzak kent die grenzen niet en is altijd en overal beschikbaar, ook onderweg, in de trein of tijdens een vakantie. Dat maakt spelen enorm laagdrempelig, maar het verandert ook het ritme. Waar de piazza vanzelf een natuurlijke rem had, namelijk het moment waarop de bar sloot of de vrienden naar huis gingen, kent het scherm zo’n rem niet.
Juist daarom is het waardevol dat het Italiaanse systeem gereguleerd is, met leeftijdscontroles en instrumenten voor verantwoord spelen ingebouwd bij de vergunde aanbieders. De verschuiving naar een altijd bereikbaar aanbod vraagt namelijk om meer eigen discipline dan de oude, vanzelf begrensde speelmomenten op het plein. Toegankelijkheid is een voordeel, maar wel een dat om bewustzijn vraagt.
Twee werelden naast elkaar
Toch is het te makkelijk om te concluderen dat de piazza het onderspit delft. In Polignano en talloze andere Apulische stadjes wordt nog altijd elke dag met echte kaarten gespeeld, en dat sociale ritueel laat zich niet zomaar wegdigitaliseren. Wat er gebeurt, is eerder dat er twee werelden naast elkaar bestaan: de trage, sociale wereld van het cafétafeltje en de snelle, individuele wereld van het scherm. De Italiaanse spelcultuur verdwijnt niet, ze splitst zich. De uitdaging voor de komende jaren is om het beste van de piazza, de ontmoeting en het samenzijn, niet te verliezen nu het spel steeds vaker in de palm van één hand past.
Wat spreekt jou meer aan, het gedeelde ritueel van een kaartspel op het plein of het gemak van spelen op je telefoon, waar je ook bent?